Voorwoord van de Bestuurder

Sinds mijn benoeming als CEO van GasTerra, een klein jaar geleden, is mij geregeld gevraagd waarom ik voor een bedrijf wilde gaan werken dat ‘over enkele jaren misschien al niet meer bestaat’. De ondertoon is duidelijk: (aard)gas is van gisteren; we moeten er snel vanaf; voor GasTerra zal er, als in- en verkoper van met name binnenlands gas snel geen plaats meer zijn. Deze twijfel over de toekomst van de rol van gas wordt versterkt door de verwikkelingen rond de winning van gas uit Groningen, die de positie en het imago van gas begrijpelijkerwijs geen goed hebben gedaan. Kortom, waar begint u eigenlijk aan?

Deze vraag berust op een misverstand, of beter: een aantal misverstanden. De meeste Nederlanders, zo bleek onlangs weer uit een in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat uitgevoerd onderzoek, hebben geen idee hoe groot het aandeel hernieuwbare energie in de nationale energiemix is. Er worden percentages van 40 procent en meer genoemd, terwijl het in werkelijkheid onder de tien procent ligt. Dat moet, zo beseft iedereen, stukken beter. De ambities zijn dan ook hoog, maar het is en blijft een enorme uitdaging. Met alleen goede bedoelingen komen we er niet. Met pragmatisch handelen wel, als alles meezit. De huidige en toekomstige rol van (aard)gas is daarbij aan een herwaardering toe.

Sommige deelnemers aan het klimaatdebat menen dat gas louter en alleen als een probleem moet worden gezien, dat kan worden opgelost door het fijnmazige gasnetwerk zo snel mogelijk op te doeken en te vervangen door warmtenetten en 100 procent elektrische systemen. Ook deze opvatting berust op een misverstand: dat klimaatneutraliteit alleen spoedig kan worden bereikt door alle fossiele brandstoffen zo snel mogelijk in de ban te doen. We hebben echter slimmere antwoorden nodig. De bijdrage van aardgas aan de energievoorziening is zo groot, dat het in de energietransitie nog lange tijd een centrale rol zal blijven spelen. De cijfers spreken boekdelen: in Nederland is circa 95 procent van de huishoudens op het gasnetwerk aangesloten. Om die alle vóór 2050 van een alternatieve, duurzame vorm van warmtevoorziening te voorzien, zouden vanaf nu meer dan 200.000 woningen per jaar van het gas moeten worden gehaald.

Los van de vraag of dit een haalbare opgave is, moeten we ook beseffen dat de gebouwde omgeving maar een relatief klein deel van de energievraag voor haar rekening neemt. Wie meters wil maken moet vooral de CO2-emissies van de industrie en de transportsector aanpakken. Ook in dat segment spelen fossiele brandstoffen nog altijd een hoofdrol als kostenefficiënte energiedrager.

Het woord is gevallen: CO2-emissies. De gassector zegt al veel langer dan vandaag dat we uitstootreductie centraal moeten stellen. Verduurzaming moet geen doel op zich zijn; het gaat erom de klimaatdoelen van het Akkoord van Parijs te halen zonder onaanvaardbare sociaal-economische schade aan te richten. Hoe we dat bereiken is in wezen van secundair belang. Dat betekent dus dat je geen bruikbaar middel ongebruikt mag laten, inclusief het snel vervangen van de meest vervuilende fossiele brandstoffen, in het bijzonder kolen, door relatief schoon aardgas, en inclusief de opslag en eventueel het nuttig gebruik van CO2.

Dit is op zich geen nieuwe boodschap van de gassector, maar er zit voor de goede verstaander wel een vernieuwend element in: het besef dat in een klimaatneutrale energievoorziening aardgas op termijn niet meer de positie in de energiemix zal hebben die het nu heeft. We vinden het daarom bijvoorbeeld een goed idee om nieuwbouwwoningen niet meer op het gasnetwerk aan te sluiten. We werken daarom ook actief mee aan projecten, programma’s en handelsactiviteiten die ervoor zorgen dat het gas zelf kan verduurzamen; denk vooral aan biogas en hernieuwbare waterstof. We bevorderen het efficiënt gebruik van energie, bijvoorbeeld door het stimuleren van hybride warmtepompen, waardoor de vraag naar gas sterk kan afnemen. Dat vereist dat de ondernemingen die gas produceren, distribueren en verkopen, anticiperen op de nieuwe omstandigheden en de wensen van de samenleving in brede zin.

GasTerra is hierop geen uitzondering. Onze missie, de waarde van het Nederlandse aardgas maximaliseren, is sinds onze oprichting niet veranderd. De manier waarop we dat doen wel onder andere door de liberalisering van de gasmarkt afgelopen jaren. Momenteel ook doordat we deel uitmaken van een politiek-maatschappelijke omgeving die andere eisen en normen stelt dan in het verleden. Dit dwingt ons meer dan ooit na te denken over wat dat begrip waarde precies inhoudt, over onze rol in de gasketen, en over onze bijdrage aan de energietransitie. In dit jaarverslag komen deze aspecten volop aan bod. Speciale aandacht verdienen de problemen in Groningen. Na de beving in Zeerijp op 8 januari jl. zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling gekomen.
Staatstoezicht op de Mijnen heeft geadviseerd tot versnelde afbouw van de gaswinning (naar een niveau van maximaal 12 miljard kubieke meter per jaar) en Gasunie Transport Services heeft een bandbreedte voor productie in een warm versus een koud jaar (van 14 tot 27 miljard kubieke meter) geadviseerd. De minister van Economische Zaken en Klimaat zal deze adviezen meenemen in zijn overweging tot een nieuw productiebesluit. Los van de vraag hoe een verlaging van de gaswinning precies moet worden gerealiseerd, zien wij het als onderdeel van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om naar vermogen bij te dragen aan het oplossen van dit vraagstuk.

Onder invloed van de grote veranderingen in de nationale en internationale energiemarkten is het ondernemingsklimaat voor GasTerra bepaald guurder geworden. De in- en verkochte volumes zijn ondanks de dalende gasvraag redelijk op peil gebleven, maar de prijzen staan al enkele jaren onder druk. Dat is aan onze inkomsten te merken. In 2014 boekten we nog een omzet van 19,5 miljard euro; een jaar later was dit bedrag verminderd tot 14,7, in 2016 tot 9,9 miljard om in 2017 op een niveau van 9,6 miljard uit te komen. Ondanks die forse daling ben ik tevreden over het resultaat. Onze onderneming is er immers, ondanks alle maatschappelijke en economische beweging, opnieuw in geslaagd haar missie met succes te vervullen.

Onze medewerkers werken in een omgeving die veel minder voorspelbaar is dan voorheen, in een organisatie die in reactie op het verslechterde ondernemingsklimaat door een ingrijpend veranderingsproces gaat. Als gevolg van de bijbehorende herstructurering, die sinds 2015 loopt en voor het einde van 2018 zal worden afgerond, is het aantal banen bij GasTerra substantieel verminderd. Er zijn en worden, een enkele uitzondering daargelaten, geen nieuwe medewerkers aangenomen.

Op dit moment bezinnen we ons op het vervolg. Hoe zorgen we ervoor dat onze onderneming haar opdracht ook het komende decennium kan uitvoeren? Los van de omgevingsfactoren hebben we daar wel degelijk invloed op, mits de kennis en vaardigheden van onze medewerkers goed aansluiten bij de eisen die de markt en de samenleving aan ons stellen. Daarom zijn we een strategisch HRManagement-programma gestart, dat tot doel heeft competenties en de beschikbare functies in kaart te brengen en het personeelsontwikkelingsbeleid hier optimaal op af te stemmen. De resultaten hiervan verwachten we vanaf 2019 te implementeren.

Ik besluit met een dankwoord. Ten eerste aan onze medewerkers. Zij zijn GasTerra en verdienen daarom de waardering voor de goede resultaten. Daarnaast aan al onze overige stakeholders voor het vertrouwen dat zij in ons hebben gesteld en voor de onderlinge dialoog, die ons helpt om ook in de toekomst relevant te blijven.

Annie Krist,
Chief Executive Officer