GasTerra

GasTerra is een internationale gashandelsonderneming en is gevestigd aan de Stationsweg 1 in Groningen. De onderneming (en haar rechtsvoorgangers) heeft meer dan 50 jaar ervaring en beschikt over een goede marktpositie. GasTerra bedient een deel van de Nederlandse en Europese gasmarkt. We opereren klantgericht en bevorderen de doelmatige inzet van gas en de ontwikkeling van nieuwe toepassingen op het gebied van gas en energie. Het bedrijf onderschrijft de noodzaak van een verantwoorde transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening en initieert en faciliteert projecten in dat kader.

Missie, visie en strategie

De missie van GasTerra is het maximaliseren van de waarde van het Nederlandse aardgas. We vervullen een publieke taak met betrekking tot de uitvoering van het kleineveldenbeleid van de Nederlandse overheid. Dit beleid beoogt de productie van aardgas uit de Nederlandse kleine velden te bevorderen.

De economische waarde en het maatschappelijk belang van gas bepalen GasTerra’s rol in de Nederlandse en Europese energievoorziening. GasTerra maximaliseert de waarde van zijn product door vier doelen na te streven:

  • Anticiperen: we anticiperen op een veranderende omgeving en luisteren naar onze stakeholders, zodat kansen en bedreigingen geïdentificeerd zijn en GasTerra ook in de toekomst aan zijn missie van waardemaximalisatie kan voldoen.
  • Volume:  we streven naar het geheel verkopen van het aan GasTerra aangeboden volume aan gas.
  • Prijs: we streven naar het realiseren van een marktconforme prijs met een zo hoog mogelijke marge voor de gehele portfolio.
  • Kosten: we zorgen voor een juiste balans tussen kosten enerzijds en waarde en zorgvuldigheid anderzijds.

De onderneming benut haar positie in de markt optimaal, met name in de marktsegmenten waar de vraag naar aardgas gepaard gaat met de vraag naar aanvullende diensten, vooral flexibiliteit. Gas uit andere dan Nederlandse bronnen wordt ingekocht als dat past in de algehele aanbod- en vraagportfolio. GasTerra ontwikkelt voortdurend nieuwe producten en diensten. We willen in dit kader een betrouwbare en concurrerende leverancier voor onze klanten zijn.

We hechten groot belang aan verduurzaming van de energievoorziening en initiëren projecten in dit kader. Gas blijft in deze energietransitie onmisbaar, als we zowel de energievoorziening veilig willen stellen als de emissie van CO2 willen verminderen. Hoewel het aandeel van aardgas in de totale energievoorziening moet afnemen, kan Nederland als aardgasproducerend land nog lang van belang blijven. GasTerra streeft ernaar de verduurzaming verantwoord – dat wil zeggen met oog voor economische en ecologische belangen – te laten verlopen. We laten ons hierbij leiden door de grondslagen van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO): People, Planet, Profit. Klantgericht, resultaatgericht en verbetergericht zijn de drie kernwaarden van GasTerra. Medewerkers van GasTerra worden geacht deze begrippen als uitgangspunt te nemen voor hun handelen. Ook wordt gewerkt conform een gedragscode, waarin integriteit en respect de leidraad vormen. We streven naar bestendige relaties met marktpartijen en naar overeenkomsten waarin de waarde van het aardgas en de bijgeleverde diensten tot uiting komen. 

Onze keten

Wij zijn onderdeel van een keten waarin alle activiteiten van winning tot gebruik van aardgas zijn opgenomen. GasTerra is hierin actief als handelaar van het gas. We hebben hierbij te maken met producenten, leveranciers en klanten, maar ook met netbeheerders, markttoezichthouders en overheden die wetten en regelgeving opstellen. Ook handelen we met partijen op handelsplaatsen.

GasTerra is de exclusieve afnemer van Groningengas. Groningengaswinning krijgt de laatste jaren veel aandacht. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft besloten de gaswinning uit dit veld te beperken vanuit het oogpunt van veiligheid vanwege de aardbevingen. Omdat NAM het gas produceert, heeft NAM de verantwoordelijkheid om uitvoering te geven aan deze besluiten. GasTerra’s rol is om het gas dat NAM ons aanbiedt te verkopen.

Naast Groningengas koopt GasTerra ook gas in uit Nederlandse kleine velden. Wij hebben hierbij ook een wettelijke, publieke taak onder de Gaswet. Vanwege deze taak kunnen wij niet vrijelijk kiezen van welke producent wel of geen gas wordt afgenomen in Nederland. We verwachten dat producenten zich houden aan wetgeving en milieu- en veiligheidsregels die in Nederland gelden. Op 7 september 2017 heeft de Nederlandse gassector de startversie van de “gedragscode gaswinning kleine velden” getekend. De gedragscode geeft algemene richtlijnen voor het zorgvuldig betrekken van de omgeving bij olie- en gasprojecten uit kleine velden op land. De sector geeft met deze gedragscode invulling aan de wens als betrokken, betrouwbare en benaderbare speler aanwezig te zijn in de omgeving. GasTerra juicht initiatieven die kunnen leiden tot een verbeterd draagvlak voor de gasproductie en exploratie in Nederland toe.

Verder hebben we langetermijncontracten voor de inkoop van gas uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Rusland. De productie uit deze buitenlandse bronnen is gebonden aan in die landen geldende regelgeving.

We participeren in verschillende samenwerkingsverbanden waarbij we ons richten op het gebruik van gas. Hierbij dragen we uit wat de rol van gas in een klimaatneutrale energievoorziening is, op basis van de door KVGN ontwikkelde “Gas op Maat”-visie". We ondersteunen klanten bij het verduurzamen van productieprocessen (dit heet bij ons het Milieu Plan Industrie), we delen kennis over energie en helpen innovatieve gastoepassingen te ontwikkelen. Verder stimuleren we de productie van hernieuwbaar gas en innovatie/onderzoek op dit vlak.
 

Onze markt en omgeving

Aanbod Groningen

We verkopen al het in Nederland geproduceerd gas dat ons wordt aangeboden. De minister van Economische Zaken en Klimaat besluit hoeveel gas maximaal mag worden gewonnen uit het Groningenveld. In het gasjaar 2016/2017 (1 oktober 2016 tot 1 oktober 2017) produceerde NAM in totaal 23,98 miljard kubieke meter aardgas uit het Groningenveld, in lijn met het productieplafond van 24 miljard kubieke meter.

Met de uitspraak van de Raad van State van 15 november 2017 zijn de besluiten van de minister van 30 september 2016 (5 jaar 24 miljard kubieke meter per gasjaar vanaf 1 oktober 2016) en 24 mei 2017 (verlaging naar 21,6 miljard kubieke meter vanaf 1 oktober 2017) vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen over de gaswinning. De Raad van State heeft een voorlopige voorziening getroffen die inhoudt dat gaswinning mag plaatsvinden volgens het wijzigingsbesluit van 24 mei 2017 (dus 21,6 miljard kubieke meter met eventueel meer winning in een kouder dan gemiddeld jaar), totdat het nieuwe besluit van de minister in werking is getreden. De maatschappelijke en politieke druk om de Groningengaswinning verder te verlagen loopt als gevolg van nieuwe aardbevingen op. De wens om de productie versneld terug te brengen wordt primair ingegeven door de veiligheidsproblematiek in Groningen, maar daarnaast ook door de noodzaak om het aandeel fossiele brandstoffen in de energievoorziening te verkleinen.

Met de recente beving van 3,4 op de schaal van Richter in Zeerijp op 8 januari 2018 is de discussie over de productie en het gebruik van Groningengas in een stroomversnelling geraakt. De nieuwe minister van Economische Zaken en Klimaat is met de betrokken partijen een nieuw schadeprotocol overeengekomen. GasTerra speelt hierin geen rol, maar erkent het belang van een voor alle betrokken partijen bevredigende regeling. Een andere prioriteit van de minister is het verminderen van de vraag naar het laagcalorische Groningengas. Hij is in gesprek met grote industrieën in Nederland over mogelijke alternatieven. Daarnaast bekijkt hij ook of de leveringen aan het buitenland kunnen worden verminderd en of de bouw van een nieuwe stikstoffabriek, waarmee hoogcalorisch gas in laagcalorisch gas kan worden geconverteerd, een oplossing kan bieden. Al deze opties zijn complex en tijdrovend. In het publieke domein is veel discussie ontstaan over onze langetermijncontracten met buitenlandse klanten. Hierbij is het belangrijk om te beseffen dat niet de contracten, maar het fysieke gebruik de vraag naar Groningengas bepaalt. In Noordwest-Europa zijn miljoenen huishoudens afhankelijk van laagcalorisch gas en die kunnen niet zomaar omschakelen.

Deze recente ontwikkelingen betekenen voor ons dat de hoeveelheid Groningengas in onze portefeuille de komende jaren onzeker zal blijven. Uit onze Business Risico Analyse blijkt dat dit al als één van de grootste risico’s was gedefinieerd. We hebben de afgelopen jaren geleerd om te gaan met deze onzekerheid.   

Aanbod kleine velden

De meeste kleine velden bevinden zich in de eindfase van hun productiecyclus. De gasproductie uit Nederlandse kleine gasvelden is de afgelopen jaren aanzienlijk verminderd vooral door de sterke depletie van bestaande velden. Ook zijn investeringen in het aanboren van nieuwe kleine velden zeer beperkt geweest als gevolg van het relatief lage gasprijsniveau, de relatief hoge kosten van het produceren uit nieuwe velden en afgenomen maatschappelijk draagvlak. Dit leidt tot een dalend aanbod onder de bestaande contracten. Dit blijkt ook uit het aantal exploratieboringen in 2017: het kleinste aantal in 50 jaar. 

 

Exploratieboringen

Er zijn ook positieve ontwikkelingen. De gasprijs heeft zich vorig jaar enigszins hersteld en er is een gasveld ten noorden van Schiermonikoog gevonden door Hansa Hydrocarbons. 


Gasvraag en ombouw

Europese gasvraag
De gasvraag in Europa[1] was in 2017 circa 587 miljard kubieke meter; het hoogste niveau sinds 2011 (bron: Wood Mackenzie publicatie "Europe gas supply 2017 in review"). De vraag naar gas steeg met name in de elektriciteitssector door een lagere productie van waterkracht en kernenergie en door hoge kolenprijzen. De stijging werd ook veroorzaakt door een koud begin van het jaar en hogere vraag naar gas door de industrie.

De Russische en Noorse gasstromen naar de Europese Unie hebben in 2017 recordhoogtes bereikt. De lidstaten worden steeds afhankelijker van gas dat buiten de Unie geproduceerd is, omdat de eigen productie afneemt. Dit geldt zeker ook voor Nederland door de lagere Groningen- en kleineveldenproductie.  

Tijdens de klimaattop in Parijs in 2015 zijn afspraken gemaakt over onder andere de gewenste reductie van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Daarbij gaat het zowel om het verlagen van het energieverbruik, het inzetten van duurzame alternatieven, als minder vervuilende keuzes voor fossiele energie. Zo hebben meerdere Europese landen, waaronder Nederland, op de klimaattop in Bonn het initiatief gepresenteerd om elektriciteitsproductie met kolen te beëindigen voor 2030. Dit kan leiden tot een hogere gasvraag in de elektriciteitssector. De Europese afspraken zullen voor Nederland worden verwerkt in een klimaatwet die in 2018 op hoofdlijnen gereed zou moeten zijn.

Ontwikkeling van de gasvraag in Nederland
In Nederland wordt gas verbruikt voor verschillende energiefuncties: lagetemperatuurwarmte, hogetemperatuurwarmte, kracht en licht, mobiliteit en als grondstof. Duidelijk is dat de rol van aardgas in een aantal van deze energiefuncties nu erg groot is (in 2017 circa 38 mld. m3) (bron: NEV 2017, m(35,17)), maar in de toekomst zal afnemen. Met een klimaatbeleid gericht op 80-95% CO2-reductie in 2050,  is er veel druk op aardgas in de energiemix. De aardgasvraag zal lager worden door besparingen en vervanging door hernieuwbare energie. In een klimaatneutrale energievoorziening kan aardgas alleen nog een rol van betekenis spelen in combinatie met CCS (afvangen en opslaan van CO2).

Bij de functie lagetemperatuurwarmte is gas een belangrijke energiebron voor het verwarmen van huizen, allerlei andere gebouwen zoals winkels, scholen en kantoorpanden, tuinbouwkassen en voor industriële processen. Naar verwachting zal het verbruik van gas voor deze toepassingen in de toekomst gaan dalen door het toepassen van isolerende maatregelen en verduurzaming. Deze verduurzaming kan vorm krijgen door de inzet van groen gas in cv’s en hybride warmtepompen, de inzet van duurzame elektriciteit bij (hybride) warmtepompen en de inzet van duurzame warmte (uit geothermie en biomassa) in warmtenetten.

Naast een belangrijke energiebron in de vorm van hogetemperatuurwarmte voor industriële processen is gas ook in gebruik als grondstof, met name voor de productie van kunstmest. De inzet van CCS kan ook hier een oplossing bieden, naast elektrificatie en het gebruik van biomassa als duurzame grondstof en brandstof. CCS kan worden toegepast na verbranding door de CO2 uit de afvalgassen te filteren. Maar het inzetten vóór verbranding is efficiënter. Door gas om te zetten in waterstof en CO2 kan CO2 redelijk eenvoudig worden afgevangen. De resterende waterstof kan dan de rol van aardgas als brandstof en grondstof overnemen. Ook kan waterstof uit elektrificatie van overschotten van duurzame elektriciteit hierbij worden ingezet.

De energiefunctie kracht en licht draait om de productie van elektriciteit. Omdat de vraag naar elektriciteit stijgt door elektrificatie van mobiliteit en warmte zal er ook meer productie van elektriciteit noodzakelijk zijn. Hier speelt gas nog steeds een rol, maar duurzame energie uit wind en zon zal een steeds grotere rol gaan spelen. Afhankelijk van het moment waarop de productie van elektriciteit uit kolen wordt beëindigd, kan de rol van gas tijdelijk nog iets in omvang toenemen. Op de langere duur blijft er mogelijk nog een rol voor gas in hoogefficiënte elektriciteitsproductie (WKK) en als back-up. Dit is mede afhankelijk van de ontwikkeling van alternatieve technologieën voor de opslag van elektriciteit, de mogelijkheden van demand response of de mogelijkheid meer flexibiliteit te halen uit het buitenland door de vergroting van de internationale elektriciteitsverbindingen.

Ten slotte speelt gas nog een kleine rol bij de energiefunctie mobiliteit; als CNG in bussen en personenauto’s en als LNG in vrachtwagens en schepen. In verband met het voornemen uit het regeerakkoord voor emissieloze nieuwe personenauto’s vanaf 2030 zal CNG in personenauto’s waarschijnlijk geen toekomst hebben. (Bio)LNG in vrachtwagens en schepen kan juist bijdragen aan het verlagen van emissies in de functie mobiliteit en kan daarom nog voor een beperkte groei van de vraag naar (bio)LNG zorgen.

Ombouw (van L-gas en naar H-gas)
Vanwege de teruglopende productie van Groningengas zijn in Duitsland, België en Frankrijk plannen ontwikkeld voor de ombouw van gasapparatuur van Gronings laagcalorisch gas (L-gas) naar hoogcalorisch gas (H-gas). In Duitsland zijn in 2017 bijna 100.000 gastoestellen omgebouwd van L-gas naar H-gas. Volgens het laatste rapport van de Duitse netbeheerders wordt dat opgevoerd naar 200.000 in 2018, 300.000 in 2019, 400.000 in 2020 en ruim 500.000 per jaar in 2021 en later. Vanaf winter 2019/2020 zal de export van L-gas naar Duitsland daardoor jaarlijks gaan afnemen.

België en Frankrijk beginnen in 2018 met de eerste ombouwprojecten, die als pilot worden gezien. Vanaf 2020 zal de ombouw in beide landen gestaag vorderen, waardoor de export van L-gas vanaf 2020 jaarlijks zal gaan afnemen. Tussen 2020 en 2029 kan de export van L-gas daardoor gelijkmatig worden afgebouwd. Vanaf 2030 is er geen export van L-gas meer voorzien.

Ombouw in Nederland werd tot voor kort niet waarschijnlijk geacht. In de energieagenda 2016 heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat nog aangegeven dat er in beginsel geen ombouw zou zijn. In het regeerakkoord is echter wel enige ombouw in de industrie voorzien. De recente ontwikkelingen na de aardbeving in Zeerijp hebben deze discussie in een stroomversnelling gebracht.


[1] Europa bestaat hier uit de volgende landen: Albanië, België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Macedonië, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.


Handelsplaatsen

Verhandeld volume
Een groot deel van de handel in aardgas vindt plaats op handelsplaatsen, hubs genoemd, via beurzen of via brokers. De gashubs Title Transfer Facility (TTF) in Nederland en National Balancing Point (NBP) in het Verenigd Koninkrijk zijn de grootste van Europa. Op het continent zijn na TTF de Duitse handelsplaatsen NetConnect Germany (NCG) en Gaspool het meest liquide.

Verhandeld volume

Bronnen: GTS, National Grid, ICE NetConnect Germany, Gaspool

In 2017 was het verhandelde volume op de TTF stabiel, terwijl de handel op NBP licht toegenomen is. Op TTF is in 2017 2.146 miljard kubieke meter (2016: 2.197 miljard kubieke meter) verhandeld. Het NBP is qua volume gegroeid naar 2.268 miljard kubieke meter. TTF had sinds begin 2016 een hoger handelsvolume dan NBP, maar tussen april en oktober 2017 was NBP weer groter. Vanaf november 2017 ligt het handelsvolume op TTF weer boven NBP.

Het op de Duitse hubs verhandelde volume was in vergelijking met dat van TTF en NBP nog beperkt. Op NCG is in 2017 236 miljard kubieke meter verhandeld en op Gaspool 160 miljard kubieke meter.

Van de Europese hubs heeft TTF de meest liquide handel in producten die verder in de toekomst liggen, zoals kalenderjaren en seizoenen. TTF is daardoor voor GasTerra een belangrijke handelsplaats. De TTF is in continentaal Europa de belangrijkste prijsmarker voor langetermijncontracten en voor gas op de andere handelsplaatsen.

De Within Day markt op TTF heeft zich de laatste jaren verder ontwikkeld. Het verhandelde volume was in 2016 38 TWh. In 2017 is dit volume toegenomen naar 44 TWh; een groei van 14%. De huidige omvang van de Within Day markt biedt GasTerra de mogelijkheid om deze markt in te zetten bij het balanceren van zijn portfolio. Vanaf eind 2016 maakt GasTerra actief gebruik van deze markt.

Ontwikkeling TTF Within Day handel per maand

Bron: Trayport

Prijzen
De prijzen op de TTF waren in 2017 gemiddeld hoger dan in 2016. De jaargemiddelde day-ahead-prijs steeg met 3,2 eurocent/kubieke meter ten opzichte van het jaar 2016, de jaargemiddelde month-ahead-prijs steeg met 3,1 eurocent/kubieke meter.

Dit herstel is een gevolg van onder meer de hogere olieprijs, de positieve ontwikkeling van de conjunctuur, een hogere vraag in Azië dan verwacht en een vergrote inzet van gascentrales ten koste van kolencentrales in de elektriciteitssector.

De toename van de wereldwijde LNG-productie heeft nog niet geleid tot meer aanvoer van LNG naar Europa doordat de gasvraag in Azië meer is toegenomen dan verwacht. De verwachte neerwaartse druk op de Europese gasprijzen is daardoor nog uitgebleven.

Ontwikkeling maandgemiddelde TTF prijzen

Bron: ICIS Heren

Klanten

De kredietwaardigheid van grote energiebedrijven is de laatste jaren gedaald, maar lijkt inmiddels te stabiliseren. De moeilijke situatie in de elektriciteitsmarkt en de Duitse ‘Atomausstieg’ zijn aan deze daling onder andere debet geweest. Om te overleven hebben deze energiebedrijven een efficiencyslag gemaakt. Recent is daar een switch van fossiel naar duurzaam bijgekomen. Zo splitsten E.ON en RWE duurzaam en fossiel en heeft Engie een nieuwe strategie geformuleerd die gebouwd is op het herstructureren van het bedrijf en het investeren in technologieën van de toekomst.

Ook in de Nederlandse markt heeft GasTerra te maken met een verandering in de strategie van de klanten. Nieuwe, kleine efficiënte partijen ontstaan en bestaande partijen staan te koop of zijn al verkocht (Eneco, Delta en PZEM). Ook krijgt GasTerra te maken met veranderde wensen van klanten. Klanten vragen bijvoorbeeld om groen gas.

Regulering

GasTerra wordt geconfronteerd met regulering op nationaal en Europees niveau die impact heeft op de bedrijfsvoering. We volgen de reguleringsontwikkelingen op Europees en nationaal niveau en waar mogelijk en zinvol proberen we beleidsvoornemens te beïnvloeden. In het geval van nieuwe regulering zorgt de onderneming dat zij tijdig aan deze verplichtingen kan voldoen.

Voor de energiesector heeft de Europese Commissie in 2011 Regulation in Energy Markets Integrity and Transparency (REMIT) ingevoerd. In deze sectorspecifieke verordening is een verbod op handel met voorkennis en marktmanipulatie opgenomen. Daarnaast is een Europese verordening waar dezelfde verboden opgenomen zijn, maar dan vooral met betrekking tot financiële instrumenten (Market Abuse Regulation/MAR), ook van toepassing op een gedeelte van de activiteiten van GasTerra. In het kader van REMIT moeten marktpartijen aan uitgebreide rapportageverplichtingen voldoen, waarvoor GasTerra de nodige procedures heeft geïmplementeerd.

Per 3 januari 2018 is de herziene Markets in Financial Instruments Directive (MiFID II) van toepassing op energiebedrijven die in financiële instrumenten handelen. GasTerra maakt gebruik van de zogenaamde nevenactiviteitvrijstelling, want de handel in contracten die als financiële instrumenten kwalificeren onder MIFID II is een nevenactiviteit van GasTerra’s hoofdbedrijf.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft medio 2017 de methodiek vastgesteld op grond waarvan de tarieven voor Gasunie Transport Services (GTS) worden vastgesteld voor de periode 2017-2021. Nieuw in het Methodebesluit 2017-2021 (MB2017-2021) was de introductie van een zogeheten efficiencybenchmark die het opereren van GTS vergeleek met dat van verschillende Europese TSO’s. GTS en ACM zijn begin 2017 tot een overeenkomst gekomen over het toepassen van de benchmark en een aantal andere lopende geschillen

De overeenkomst zorgt voor een teruggave van circa € 600 miljoen euro aan de markt over de periode 2017-2021 en voor relatieve zekerheid en stabiliteit in de GTS-tarieven tot en met 2021. GasTerra ondersteunde deze overeenkomst via de branchevereniging Energie-Nederland. In 2017 resulteerde dit in fors lagere tarieven, die in 2018 overigens weer zijn gestegen.

In april 2017 zijn ACM en GTS een traject gestart om de Europese Netcode Tarieven (NC TAR) te implementeren in Nederland. Een van de voorziene wijzigingen is om over te stappen op een andere verdeling van inkomsten uit entry-punten en exit-punten en over gaan op één postzegeltarief voor alle GTS netwerkpunten. Het definitieve voorstel van ACM zal begin 2018 ter consultatie worden aangeboden aan de markt. GasTerra is nauw betrokken bij dit thema. De netcode zal vanaf 1 januari 2020 volledig operationeel zijn in Nederland.

Vanaf 1 november 2018 geldt er vanuit de Netcode CAM een verplichting om Virtuele Interconnectie Punten in te voeren. Dat betekent dat diverse grenspunten samengevoegd zullen worden in een nieuw virtueel punt. Dit virtueel maken van grenspunten moet de handel tussen gasmarkten bevorderen. De door GTS voorgenomen implementatie per oktober 2018 is voorlopig uitgesteld vanwege onduidelijkheid over de wijze waarop implementatie zou moeten plaatsvinden. Het is op dit moment nog onzeker hoe en wanneer VIP’s geïmplementeerd zullen worden in Nederland.  

In dialoog met onze omgeving

Om te weten te komen wat de samenleving van GasTerra verwacht, gaan wij geregeld met onze stakeholders in gesprek. We hebben de volgende stakeholders geïdentificeerd:


Naast de reguliere gesprekken die we voeren met stakeholders hebben wij dit jaar een stakeholderdialoog uitgevoerd. Door middel van enquêtes en verdiepende interviews is de mening van stakeholders over een aantal thema’s geïnventariseerd. Op basis van de resultaten van de stakeholderdialoog hebben we een inschatting gemaakt van de economische, sociale en ecologische impact die de thema’s hebben op de bedrijfsvoering van GasTerra. Op die manier hebben we de materiële thema’s bepaald die als input dienen voor onze strategie. Over deze materiële onderwerpen leggen we in dit verslag verantwoording af.

Voldoen aan richtlijnen en kaders

De mate waarin GasTerra ervoor kiest om te voldoen aan algemeen geldende richtlijnen en kaders, zoals bijvoorbeeld GRI, Sustainable Development Goals en ISO-normen.

Interne voetafdruk

De mate waarin GasTerra de eigen voetafdruk op het milieu minimaliseert.

Kennis

De mate waarin GasTerra kennis verwerft, ontwikkelt en deelt.

Contractuele verplichting

De mate waarin GasTerra voldoet aan zijn contractuele verplichtingen door op elk moment van het jaar voldoende gas in portfolio te hebben.

Economische prestatie

De mate waarin GasTerra bijdraagt aan het bedrijfsresultaat van zijn aandeelhouders.

Draagvlak voor werkzaamheden

De mate waarin GasTerra draagvlak creëert voor zijn werkzaamheden.

Duurzame inzetbaarheid

De mate waarin GasTerra een goede werkomgeving creëert, met een daarbij passende cultuur en structuur, en medewerkers stimuleert om zich te ontwikkelen.

Duurzame energievoorziening

De mate waarin GasTerra bijdraagt aan de duurzame energievoorziening.

Voldoen aan richtlijnen en kaders

De mate waarin GasTerra ervoor kiest om te voldoen aan algemeen geldende richtlijnen en kaders, zoals bijvoorbeeld GRI, Sustainable Development Goals en ISO-normen.

Interne voetafdruk

De mate waarin GasTerra de eigen voetafdruk op het milieu minimaliseert.

Kennis

De mate waarin GasTerra kennis verwerft, ontwikkelt en deelt.

Betrokkenheid bij de regio

​De mate waarin GasTerra betrokken is bij de regio Noord Nederland.


De materiële onderwerpen zijn binnen de strategische pijlers volume, prijs, kosten en anticiperen vertaald in doelstellingen voor 2018. Door dit vervolgens te koppelen aan de risico’s uit de Business Risico Analyse ontstaat de volgende connectiviteitsmatrix. 

Materieel thema Strategische pijler Doelstelling 2018 Business risico
Contractuele verplichting Volume GasTerra komt de contractuele verplichtingen volledig na.
Aanbod Groningenveld
Aanbod kleine velden
Economische prestaties Volume, Prijs, Kosten, Anticiperen GasTerra verkoopt al het gas dat aan GasTerra wordt aangeboden.

We benutten zo volledig mogelijk de middelen in ons portfolio zoals bergingen.

We proberen een marge te maken op onze in- en verkopen.

We benutten het marktpotentieel voor optimalisatie.

De exploitatiekosten, blijven binnen budget in het kalenderjaar 2018.
Kredietwaardigheid
Transportkosten
Duurzame inzetbaarheid Kosten, Anticiperen Er zijn 0 ongevallen met verzuim en het percentage ziekteverzuim is in het kalenderjaar 2018 lager dan 2,5%. 

GasTerra behaalt de gestelde daling in aantal fte’s in het reorganisatietraject GasTerra 2018.

We ontwikkelen een strategisch personeelsplan met bijpassend HR-beleid voor de toekomst.
Organisatie
Duurzame energievoorziening Anticiperen We nemen deel aan projecten uit de Strategische Agenda van GILDE (Gas In een Langetermijn Duurzame Energievoorziening). We leiden het project Groen Gas en dragen bij aan de thema’s Hybride Warmtepompen en Waterstof.

We hebben een energietransitiebudget dat we willen besteden aan speerpunten uit ons energietransitiebeleid.

We onderzoeken of GasTerra’s betrokkenheid bij hernieuwbare gassen voldoende basis biedt voor een business case.
Imago
Draagvlak voor werkzaamheden Anticiperen GasTerra wil eraan bijdragen dat Nederland op een verstandige manier naar een klimaatneutrale energievoorziening gaat. GasTerra omarmt de visie van de Nederlandse gassector (“Gas op Maat”) dat aardgas alleen daar wordt ingezet waar op dat moment geen duurzamere alternatieven voorhanden zijn en waar het de meeste toegevoegde waarde voor de samenleving heeft.

We spannen ons ook in 2018 in om mee te helpen Noord-Nederland te ontwikkelen tot een energie(transitie)kenniscentrum.
Imago

In 2018 moeten we ons een beeld vormen hoe GasTerra er in de toekomst uit zal zien. De missie van ons bedrijf, de waardemaximalisatie van het Nederlandse aardgas, is niet veranderd. Wel moeten we blijven nadenken over onze rol in de gasketen en wat onze bijdrage is aan de energietransitie. Daarbij is ook de interne organisatie belangrijk. Door middel van strategische personeelsplanning willen we bepalen welke competenties we nodig hebben in de organisatie en welk HR-beleid hierbij benodigd is.

GasTerra wil de in het bedrijf aanwezige energiegerelateerde kennis en kunde inzetten en kansen op het gebied van nieuwe gassen benutten. We richten ons daarbij met name op groen gas en waterstof. Voor groen gas geldt dat de productie ervan een groen toekomstperspectief biedt voor ons product, terwijl de groengasproductie beperkt is. Waterstof is het afgelopen jaar zeer sterk in de belangstelling komen te staan, met name in Noord-Nederland. In 2018 onderzoeken we of GasTerra’s betrokkenheid bij hernieuwbare gassen voldoende basis biedt voor een business case. 

Inputs

GasTerra

Gas

Totaal volume 56,6 mrd m3

  • Groningenveld
  • Kleine velden
  • Virtuele handelsplaatsen
  • Import
  • Groen gas
GasTerra

Gasmarkt

  • Fluctuerende gasprijs
  • Gascontracten
  • Licenties
  • Handelspartners
  • Ondergrondse gasopslag
GasTerra

Organisatie

  • 152,4 FTE
  • 165 Medewerkers
  • Diversiteit
  • Arbeidsvoorwaarden
  • Hoofdkantoor Groningen
GasTerra

Kennis en systemen

  • Kennis van de gasmarkt
  • IT-systemen
GasTerra

Financiën

  • Eigen vermogen €216 mln
  • Investeringen €1,8 mln
GasTerra

Maatschappij

  • Stakeholders
  • Imago van gas

Business Model

Het maximaliseren van de waarde van het Nederlands aardgas

Anticiperen

GasTerra anticipeert op een veranderende omgeving en luistert naar zijn stakeholders, zodat kansen en bedreigingen geïdentificeerd zijn en GasTerra ook in de toekomst aan zijn missie van waardemaximalisatie kan voldoen.

Volume

GasTerra streeft naar het geheel verkopen van het aan GasTerra aangeboden volume aan gas.

Prijs

GasTerra streeft naar het realiseren van een marktconforme prijs met een zo hoog mogelijke marge met het gehele portfolio.

Kosten

GasTerra zorgt voor een juiste balans tussen kosten enerzijds en waarde en zorgvuldigheid anderzijds.

  • Governance
  • Risico-management
  • Public Relations
  • Public Affairs

Outputs

GasTerra

Gas

Totaal volume 56,6 mrd m3

  • Virtuele handelsplaatsen
  • Aansluiting klanten
  • Grenspunten
GasTerra

Gasmarkt

  • 100% nakomen contractuele verplichtingen
  • 39,9 miljard m3 NL gas ingekocht (Groningen & Kleine velden)
GasTerra

Organisatie

  • 121 mannen, 44 vrouwen
  • 1,6% Ziekteverzuim
  • Veiligheid/ongevallen
GasTerra

Kennis en systemen

  • Trainingskosten: 1,03% van totale personeelskosten
  • Opleiding en loopbaanmogelijkheden
  • 99,98% beschikbaarheid hoog kritische systemen
GasTerra

Financiën

  • Omzet €9.601 mln
  • Netto-winst €36 mln
  • Werkkapitaal €202,9 mln
  • S&P credit rating AA+ (Negative Outlook)
GasTerra

Maatschappij

  • Transparantiebenchmarkscore 168 in 2017 
  • Kennis delen en kennis ontwikkelen over energie(transitie)
  • Steunen energietransitieprojecten
  • Industrieklanten verduurzamen
  • Sponsoring in de regio
  • €7,5 mln lokale inkopen facilitair

Outcomes

GasTerra

Gas

  • Leveringszekerheid van de eigen portfolio
  • Bestendige relatie met klanten en leveranciers
  • Aardgasbaten
GasTerra

Groen

  • Kennisdeling en –ontwikkeling over de rol van gas in de energievoorziening in R&D, onderwijs en publieke debat
  • Bijdragen aan de verstandige transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening
GasTerra

Groningen

  • Hoogwaardige werkgelegenheid regio
  • Leveren betekenisvolle bijdrage aan lokale samenleving

Samenvatting resultaten

  2017 2016
Inkomsten en kosten in miljoenen euro’s    
Netto-omzet 9.601 9.865
Gasinkoop 9.227 9.263
Transportkosten 287 501
     
Resultaten in miljoenen euro’s    
Resultaat voor belasting 48 48
Netto-winst 36 36
Dividend 36 36
     
Overige financiële gegevens    
Investeringen (in miljoenen euro’s) 1,8 1,2
Liquiditeitsratio 1,1 1,1
     
Balansgegevens ultimo jaar, in miljoenen euro’s    
Balanstotaal 1.802 1.995
Eigen vermogen 216 216
Kortlopende schulden 1.586 1.779
     
Verkochte volumes in miljarden m3    
Totale afzet 56,6 63,9
-Nederland 23,5 23,1
-Overig Europa 33,1 40,8
     
Personeel ultimo jaar, in fulltime-equivalenten    
Eigen medewerkers 152,4 165
     
Veiligheid & gezondheid    
Ziekteverzuim (in procent) 1,6 3,0
Gemiddelde verzuimfrequentie 1,03 0,89

De solvabiliteit van GasTerra is niet representatief vanwege de afspraken tussen de verschillende entiteiten in het gasgebouw (zie jaarrekening). Eén daarvan is de transferprijs voor Groningengas, waardoor GasTerra een vaste winst maakt van 36 miljoen euro. Deze winst wordt jaarlijks op voorstel van de Bestuurder volledig uitgekeerd. Als gevolg daarvan is ons eigen vermogen vast, namelijk 180 miljoen euro.

De investeringen zijn niet materieel en betreffen met name de geactiveerde kosten van zelf ontwikkelde software ter ondersteuning van de bedrijfsprocessen.